Serc

Schilderkunst Dordrecht - Dordtse Meesters, schilders en bekende schilderijen van Dordrecht

Voor meer informatie kijk je op de Dordrecht Startpagina

Vanwege een nieuwe indeling kunt u voor alle gewenste informatie kijken op onze nieuwe website waar u alles voor en alles over Dordrecht kunt vinden. Klik op ''Dordrecht Startpagina'' om direct naar de nieuwe website te gaan.

Meer schilderijen van Dordrecht door bekende schilders - Klik hier

Bekende schilders uit Dordrecht

De schilderkunst heeft in Dordrecht altijd een hoog niveau gehad. Dordtse leerlingen van Rembrandt hebben meesterwerken achtergelaten met schilderijen van onder andere Aelbert Cuyp en Jan van Goyen. Deze schilders hebben bovendien veel werken gemaakt met stadsgezichten van Dordrecht.

Jacob Gerritsz. Cuyp (Dordrecht, december 1594 - Dordrecht, 1652)

Jacob Gerritsz.Cuyp werd geboren als zoon van Gerrit Gerritsz., een glasschrijver en glazenmaker. Hij leerde de eerste beginselen van de kunst bij zijn vader en voltooide later zijn studie in Utrecht onder de meesterschilder Hendrik Blommaert (1564-1651). Later gaf hij les aan zijn halfbroer Benjamin en aan zijn zoon Aelbert Cuyp. Cuyp was een veelzijdig kunstenaar. Hij maakte genrestukken, historiestukken en een klein aantal stillevens. Zijn grote kracht lag in het schilderen van portretten. In de eerste helft van de zeventiende eeuw heeft hij meer opdrachten voor portretten ontvangen dan enige andere Dordtse portretschilder. 
 

Cornelis Bisschop (Dordrecht, 12 feb. 1630 - Dordrecht, 21 jan. 1674)

Cornelis Bisschop leerde schilderen bij Ferdinand Bol (leerling van Rembrandt) in Amsterdam. In 1653 was hij terug in Dordrecht, waar hij trouwde en twaalf kinderen kreeg. Vooral zijn vroege werk heeft Rembrandteske trekken. Cornelis ontwikkelde zich tot een kunstenaar met een internationale reputatie. Zo wed hij in 1674 gevraagd om als hofschilder voor de koning van Denemarken te werken. Ook de Franse koning Lodewijk XIV behoorde tot zijn clientèle. Bisschop was een veelzijdig kunstenaar. Hij schilderde historiestukken, portretten en genrestukken, beïnvloed door zijn leermeester Ferdinand Bol en door Nicolaes Maes. Cornelis Bisschop overleed op vrij jong leeftijd.
  
 

Aert de Gelder (Dordrecht, 26 okt. 1645 - Dordrecht, 27 aug. 1727)

Aert de Gelder was een leerling van Samuel van Hoogstraten en later van Rembrandt. Vooral van de laatste stak hij veel op; veel van zijn tekeningen lijken sterk op die van zijn grote meester, en ook in de vrije penseelvoering en het gebruik van clair-obscur is de invloed van Rembrandt zichtbaar. De Gelder had wel een voorkeur voor helderder kleuren. De Gelder kwam uit een welgestelde familie en hoefde zich geen zorgen te maken over zijn inkomen. Dat maakte het voor hem mogelijk zijn eigen stijl te blijven gebruiken toen die van Rembrandt al lang uit de mode was geraakt. Wellicht zijn belangrijkste werk is een 22-delige passieserie (1715), die nu verdeeld is over het Amsterdamse Rijksmuseum en Schloss Johannisburg in Aschaffenburg.
 

Abraham van Strij (Dordrecht, 31 dec. 1753 - Dordrecht, 7 mrt. 1826)

Abraham kreeg zijn eerste tekenlessen van z’n vader, Leendert van Strij (1728-1798). Van Strij senior had een schilderswinkel, wat inhield dat hij huizen schilderde, maar ook behangsels en panelen decoreerde. Later kreeg Abraham les van Joris Ponse (1723-1783), maker van decoratieve stukken en stillevens. Waarschijnlijk volgde daarna een korte studie aan de Antwerpse academie. In 1774 hielp Abraham het Dordtse Tekengenootschap Pictura oprichten, waarvoor hij zich zou blijven inzetten. Abraham van Strij was veelzijdiger dan zijn broer Jacob, die ook schilder was. Hij begon met schilderingen op behangsels en interieurpanelen. Na 1780 maakte hij regelmatig portretten en landschappen. Bekender zijn de interieurscènes, waarvoor hij zich liet inspireren door zeventiende-eeuwse meesters zoals Pieter de Hooch.

Ary Scheffer (Dordrecht, 10 feb. 1795 - Argenteuil, 15 jun. 1858)

Ary Scheffer kreeg zijn eerste lessen van z’n vader, de schilder Johan Bernard Scheffer (1765-1809). Na zijn dood verhuisde Cornelia Scheffer-Lamme met haar gezin in 1811 naar Parijs, waar Ary met zijn broer Henry (1798-1862) les kreeg in het atelier van Pierre Guérin. In het begin kreeg Scheffers werk weinig bijval. Geleidelijk veranderde dat en in de jaren veertig bereikte hij het toppunt van zijn roem. Scheffer behoorde toen tot de best betaalde kunstenaars en zijn romantische schilderijen brachten recordprijzen op. Naast zijn specialisme, het portret, liet hij zich inspireren door Europese literatuur en door religieuze en historische thema's. Het Dordrechts Museum bezit sinds 1899 de grootste collectie schilderijen en tekeningen van de kunstenaar, dankzij een schenking van zijn dochter Cornelia Marjolin-Scheffer.
 

A(e)lbert Jacobsz. Cuyp (Dordrecht, okt. 1620 - Dordrecht, 15 nov. 1691)

Van zijn vader en leermeester, landschapsschilder Jacob Gerritsz. Cuyp, erfde Aelbert Cuyp de liefde voor dieren, die veel van zijn landschappen bevolken. Kort na 1650 ontwikkelde Cuyp zijn eigen stijl: Hollandse, maar ook exotische, op Italië geïnspireerde landschappen, riviergezichten, zee- en ruiterstukken. Cuyp is nooit in Italië geweest, maar toch hebben zijn schilderijen een zuidelijke, zonnige sfeer. Zijn landschappen zijn vaak wat wazig en stemmig. Tegen deze achtergrond springen kleurrijke figuurtjes in het oog. Aelbert Cuyp bekleedde diverse bestuurlijke en kerkelijke functies en behoorde tot de gegoede burgerij van zijn woonplaats Dordrecht. Na 1665 schijnt hij niet meer geschilderd te hebben.

Nicolaes Maes (Dordrecht, jan. 1634 – Amsterdam, 24 dec. 1693)

Nicolaes Maes was een van Rembrandts meest talentvolle leerlingen. Hij kwam op ongeveer 15-jarige leeftijd uit Dordrecht naar Amsterdam om bij de grote schilder in de leer te gaan. Maes schilderde tot ongeveer 1660 vooral genretaferelen in de stijl van Rembrandt. Daarna schakelde Maes over op het schilderen van portretten. Zo kwam hij via een omweg tot hetzelfde specialisme als zijn leermeester. Maes portretten waren aangepast aan de mode van dat moment. Die aanpak had succes en Maes werd een veelgevraagd en zeer productief schilder van het barokke staatsieportret. Van 1653 tot 1673 woonde Maes weer in Dordrecht. Daarna keerde hij terug naar Amsterdam, waar hij de laatste twintig jaar van zijn leven doorbracht 
 

Arnold Houbraken (Dordrecht, 28 mrt. 1660 – Amsterdam, 14 okt. 1719)

Schilderen leerde Arnold Houbraken onder anderen van Samuel van Hoogstraten. Rond 1709 verhuisde hij met zijn gezin naar Amsterdam, waar een kunstverzamelaar woonde die interesse had in zijn werk. Waarschijnlijk speelde mee dat Houbraken zich in Dordrecht te weinig kon ontwikkelen als historieschilder. Zijn oeuvre bestaat uit mythologische en bijbelse historiestukken, portretten en landschappen. Bekend is Houbraken vooral als schrijver van De groote schouburgh der Neder­lantsche konstschilders en schilderessen (1718–1721). Het is de belangrijkste bron uit die tijd voor levensverhalen van zeventiende-eeuwse Nederlandse schilders. Als inwoner van de stad kende hij bovendien veel schilders persoonlijk.
 
 

Jacob van Strij (Dordrecht, 2 okt. 1756 - Dordrecht, 4 feb. 1815)

Net als broer Abraham leerde Jacob het schildersvak van zijn vader Leendert van Strij (1728-1798). Vanaf 1774 studeerde hij twee jaar aan de academie in Antwerpen. Bij de Antwerpse historieschilder Andreas Lens (1739-1822) vervolgde hij zijn opleiding. In 1781 keerde Jacob terug naar Dordrecht. Van Strij was een uitmuntende landschapsschilder in de geest van Aelbert Cuyp. Hij imiteerde Cuyps gladde verfstreek en kleurenpalet en wedijverde met hem in de compositie van het landschap. Soms kopieerde Van Strij Cuyps schilderijen letterlijk, meestal nam hij alleen bepaalde motieven over. Hem werd wel verweten een slaafse imitator of zelfs vervalser van Cuyp te zijn. Van Strij schilderde ook behangsels, af en toe samen met zijn broer Abraham.
 

Johannes Rutten (Dordrecht, 31 jul. 1809 - Dordrecht, 6 okt. 1884)

Johannes Rutten groeide op in het Achterom waar zijn vader een uitdragerij had. Na zijn huwelijk met Mathilda Maria van Strij (1813-1878), een kleindochter van de bekende Dordtse schilder Abraham van Strij, ging hij op de Voorstraat ter hoogte van de Nieuwbrug wonen. Rutten was één van de laatste leerlingen van Abraham van Strij. Rutten was lid van het Dordtse tekengenootschap Pictura. In 1833 werd hij in Dordrecht tekenmeester en gaf les aan diverse leerlingen. Eén van die leerlingen zou de latere kunstverzamelaar Simon van Gijn zijn geweest. In het midden van de 19e eeuw onderging de stad grote veranderingen. De meeste stadspoorten en stadsmuren werden afgebroken. Op verzoek van de stadarchitect Itz vervaardigde Rutten tekeningen van te slopen bouwwerken, waarmee veel oude stadsgzichten voor het nageslacht bewaard zijn gebleven.

Samuel van Hoogstraten (Dordrecht, 2 aug. 1627 – Dordrecht, 19 okt. 1678)

Samuel van Hoogstraten was de zoon van kunstschilder en zilversmid Dirck van Hoogstraten. Hij was kunstschilder, etser, dichter en kunsttheoreticus. Omstreeks 1642 vertrok Samuel voor enkele jaren naar Amsterdam om in de leer te gaan bij Rembrandt. Waarschijnlijk was hij eind 1646 weer terug in Dordrecht. Diens stijl is goed herkenbaar in zijn tekeningen. Van 1651 tot 1654 werkte hij in Duitsland en Wenen en van 1662 tot 1666 in Londen. Eind 1667 keerde hij, na enige tijd in Den Haag te hebben gewoond en gewerkt als meester-schilder, terug naar Dordrecht en kocht voor 2.000 gulden een huis aan het Steegoversloot. Samuel van Hoogstraten overleed 19 okt. 1678 als gevolg van 'een lichaems-kwaal'.

Abraham van Calraet (Dordrecht, okt. 1642 - Dordrecht, 11 jun. 1722)

Abraham van Calraet (of Kalraet) was de oudste zoon van de Utrechtse beeldsnijder Pieter Jansz. (ca 1615-80). Hij werd in het vak in Dordrecht opgeleid door de gebroeders Huppe. Waarschijnlijk werkte Van Calraet zijn leven lang als beeldsnijder en als schilder. 1680 trouwde Abraham met Anna Bisschop, dochter van de schilder Cornelis Bisschop. Van Abraham van Calraet zijn stillevens bekend, wat portretten en veel landschappen. De landschappen zijn vaak glad geschilderd en tonen stallen, pleister­plaatsen voor herbergen, soldatenkampementen, ruitergevechten en andere taferelen met paarden en ruiters. In zijn werk onderging Van Calraet veel invloeden. Duidelijk zichtbaar is dat hij het oeuvre van Aelbert Cuyp goed kende.

Aart Schouman (Dordrecht, 4 mrt. 1710 - Den Haag, 5 jul. 1792)

Aart Schouman was een kunst- en behangschilder, etser, aquarelist en graveur. Zijn werk is nauwelijks bekend en tamelijk ondergewaardeerd. Schouman ging op zijn vijftiende in de leer bij schilder Adriaan van der Burg. In 1736 werd de broederschap van Sint Lucas opgericht door hem. Dit was een vereniging van kunstliefhebbers en amateurs voor Dordrecht en omstreken. Schouman werd bekend als schilder door zijn aquarellen van stadsgezichten en parkachtige landschappen met exotische vogels. Hij was tussen 1735 en 1785 een toonaangevend kunstenaar in Zeeland en het zuiden van Holland. In die periode woonde en werkte hij in Dordrecht, Den Haag en Middelburg en gaf les aan leerlingen in Dordrecht en Den Haag. Zijn leven is goed gedocumenteerd, omdat hij dagboeken bijhield.

Martinus Schouman (Dordrecht, 29 jan. 1770 - Breda, 30 okt. 1848)

Martinus Schouman ging als zoon van een beurtschipper in de leer bij zijn oud-oom Aert Schouman in Den Haag. Daarna vestigde hij zich als zeeschilder in Dordrecht. In deze door water omringde stad ontwikkelde hij zich tot een gevierd marineschilder en hij leidde er een aantal leerlingen op, onder wie de begaafde J.C. Schotel met wie hij enkele historische zeestukken schilderde. Ook nam hij actief deel aan het kunst- en tentoonstellingsleven van de stad en was hij lid van het Dordtse teekengenootschap Pictura. Hij ontving tijdens zijn leven verschillende onderscheidingen en ook verkocht hij een schilderij aan koning Lodewijk Napoleon. Nadat zijn zoon Izak leraar tekenen was geworden aan het K.M.A. in Breda verhuisde hij in 1839 ook naar deze stad. Daar zou hij nog negen jaar actief schilderen.